Verhaal van de maand
januari 2012
De keuze van Merlijn
(De keuze van Merlijn heb ik speciaalgeschreven als kerst/nieuwjaarssprookje voor Merlijn (Nuland), met wie altijd met veel plezier samenwerk. Ik wilde ook u, "verhalen van de Maand"-lezer dit verhaal niet onthouden. Veel leesplezier! Marcel van der Pol, Keridwen)
Het grootste voordeel van het jonger worden, vond hij, was dat hij weer kon genieten van de midwinterkou. Geen noemenswaardige rillingen meer over zijn rug, als hij ‘s morgens opstond en naar de kristallen bron in de tuin liep om in diep gepeins zijn dag te beginnen. Geen ochtendkilte die nog in staat bleek dwars door zijn dichte kemelharen mantel heen te dringen en zijn botten te bevriezen. Geen dodelijke vermoeidheid die je als je maar even neerzeeg in de buitenlucht over je kwam en je niet meer los wenste te laten. Het jonger worden had zeker zijn voordelen: zonder meer voelde je je elk jaar sterker worden, krachtiger, helderder, besluitvaardiger, onrustiger, driester.
Het jonger worden had echter ook zeker zijn nadelen, moest Merlijn toegeven; het werd hem in de loop der eeuwen steeds zwaarder om gelijke tred te houden met alle mensen om hem heen, die de vervelende eigenschap hadden hoe langer ze leefden steeds ouder te worden. Ooit had een kleine jongen tegen hem opgezien, toen hij als eminent grise hem aanspoorde een zwaard uit een steen te trekken om een koninkrijk te beërven. Jaren lang was de jonge heerser nadien regelmatig bij hem teruggekomen voor goede raad en advies. Hij, Merlijn, had zich toen helemaal in zijn element gevoeld. Wat was er nu uiteindelijk van deze jonge man geworden? In ouderdom en aanzien was hij hem, Merlijn, ruim voorbij gestreefd. Je hoefde de tv maar aan te zetten en de overdonderende reclames van het Pendragonconcern spatten van het scherm. Van een Arthur hoefde je tegenwoordig niet meer het verzoek te verwachten hem met raad en daad bij te staan.
De telefoon ging. Merlijn’s hart sloeg een paar slagen over. Vivian! Dat was ook zo’n neveneffect van het jonger worden, verliefdheidshormonen konden op de meest ongewenste momenten door je lichaam razen. Met twee grote stappen was hij bij de telefoon die achteloos op het salontafeltje lag. Het móest Vivian zijn! Wie anders durfde hem te storen als hij contempleerde? Alleen Vivian toch!? Zijn grote liefde! Al eeuwen. Eindelijk liepen hun levens enigszins met elkaar in de pas. Voor hoe lang echter nog? Er gleed een dromerige uitdrukking over Merlijn’s gelaat. Hij staarde door het grote raam naar buiten. Hij zag echter niet de skyline van de grote stad waar hij tegenwoordig woonde. Niet de grote bedrijvigheid van het Pendragonconcern in de Kloosterbuurt rechts. Niet de betrekkelijke rust van het Stonehengecomplex in de Avalonwijk links. Helemaal niet de eindeloos vallende sneeuw, die langzaam buurt en wijk gelijkelijk bedekte. Voor zijn geestesoog doemde uit dichte mist een jonge vrouw op, heel jong, die zoekend en tastend met haar bootje een weg probeerde te vinden naar hem en zijn kristallen grot. Vivian! Prachtige jonge vrouw, hongerig naar kennis, macht en liefde. Wat zocht ze bij hem, toen nog een oude man, die minstens haar betovergrootvader had kunnen zijn? Hoe ongemakkelijk was de eerste ontmoeting geweest. Hij had zich verscholen achter wijsheden, waarmee hij eerder reeds zijn protégé Arthur had betoverd. Hij had haar alles geleerd wat hij kende en wist. En nu...
De telefoon bleef overgaan, ongeduldig nu! Merlijn’s handen trilden.
“Met Merlijn. Ben jij dat, Vivian?”
“Arthur hier! Sorry, Merlijn, ik weet dat ik je nu niet moet storen, als je in je midwinterretraite bent, maar toch...!”
De in elkaar overvloeiende beelden van Vivian als jonge meid slapend op een stromatras in zijn kristallen grot, als naar wijsheid hongerende leerling, als deskundig praktiserende collega en als begeerlijke potentiële geliefde aan de telefoon, spatten uit elkaar. Waar zonet nog twee grote amandelvormige ogen hem vol adoratie leken aan te staren, doemde nu het beeld op van een ongeduldige CEO, die hem weinig rust gunde.
“Ja, Arthur”, zuchtte Merlijn. “Wat heb je deze keer van mij nodig?”
“Nodig? Nodig!? Waarom zou ik je nodig hebben? Ik wil gewoon even met je sparren! Tenslotte heb jij mij ooit op het pad gezet naar mijn huidige positie als Pendragon-CEO gezet, toch? En dat is een uitermate comfortabele positie, al zeg ik het zelf. Ik geniet ervan en ik wil dat graag nog een behoorlijk tijdje vasthouden. Akkoord? De laatste jaren gaan de ontwikkelingen echter steeds sneller. Om de haverklap komen er nieuwe kreten, ideeën en concepten bovendrijven, waar ik nauwelijks nog iets van snap. Als ik ze dan denk te begrijpen, dan zijn ze alweer verouderd en vervangen door nieuwe, nog onbegrijpelijker, maar waarmee ik als eindverantwoordelijke wel wordt geacht er iets adequaats te doen. Waar gaan we in deze wereld naar toe, Merlijn? Kun je mij nog volgen?”
Merlijn zweeg. Hij hoorde zo ongeveer alle keywords, die de huidige tijd typeerden, langskomen... beurscrisis... globalisering... zaken doen... conflicten... cognitieve dissonantie... juridisering... mediation... leiderschap... financial control... concurrentiebeding... ondernemerschap... changemanagement... medezeggenschap... en nog veel meer.
Vivian meldde zich als wisselgesprek. Merlijn aarzelde een moment. Wie moest hij zijn aandacht geven? Er is wat er is. Merlijn zuchtte. Arthur praatte onverstoorbaar door. Op de juiste momenten humde Merlijn instemmend of ondersteunend.
“Begin een Tafelronde”, zei hij tenslotte, toen Arthur gedurende enige ademhalingen zijn mond hield. “Koop een ronde tafel, zet die midden in je kantoor en laat iedereen met wie je iets hebt plaatsnemen. En dan...? Je hoeft toch niet vooraf alles te weten? Kijk maar wat er gebeurt! Wat!? Ik heb je toch wel vaker goede raad gegeven? Weet je nog, het zwaard in de steen? Sorry, ik moet nu ophangen... Vivian... voor de deur... Tot later!”
In de lift vanuit zijn penthouse naar de voordeur van het Torgebouw dacht Merlijn na over Arthur en zijn vragen, die geen vragen mochten heten, en glimlachte. Wat kun je zo iemand beter bieden dan een luisterend oor? Buiten in de kou stond een heftig kleumende Vivian op hem te wachten. Hij sloeg de armen om haar heen en genoot intens van het leven. Je wist immers nooit hoe lang het zou duren? Nog even en ze was te oud voor hem, of hij te jong voor haar.
“Je hebt zeker weer met die vervelende Arthur gepraat?”, klonk het half gesmoord van onder zijn dikke kemelharen mantel. “Hij belt je altijd op de meest bizarre momenten.”
Verbluft liet Merlijn haar los. Weg was de vervoering.
“Wat bedoel je?”, stamelde hij. “Wat is er mis met Arthur?”
“Het Pendragonconcern.”
“Ja, dat weet ik. Ik ken hem al wat langer dan vandaag!” Een lichte irritatie klonk door in zijn stem. Het was midwinter, hoor! Tijd van contemplatie. Even geen problemen! Er waren heel wat mooiere, warmere, heerlijkere dingen om te doen.
“Ik ben van het Stonehengecomplex.”
“Dat weet ik ook wel. Ik ken jou bijna net zo lang!”
“Stonehengecomplex en Pendragonconcern gaan niet samen! Dat kan gewoon niet. Vooral niet sinds Arthur bij ons weg naar de concurrent is overgelopen. Dat doe je niet! Waar de loyaliteit gebleven?”
“Dat is toch al zólang geleden!”
“Mág zo zijn, maar Pendragonconcern en Stonehengecomplex verdragen elkaar gewoon niet. Eentje zal moeten wijken. Eentje zal ten onder moeten gaan, opdat de ander overleeft, groeit en bloeit. Wat ga jij daaraan doen, Merlijn? Waar ligt jou loyaliteit?
“Maar...?”
Weg was Vivian. Voordat Merlijn goed en wel doorhad wat er gebeurde, bleef hij achter in de kou. Waar was de tijd gebleven dat zij haar kleine hand in zijn grote had gelegd en zonder enige reserve zijn woorden had gedronken als evangelie?
De zon zakte tot onder de skyline van de stad. Het werd bitterkoud. Zelfs een jeugdige Merlijn begon te rillen. Om warm te worden besteeg hij alle 365 treden naar zijn penthouse. Hij wilde zich even niet meer met de wereld bemoeien. Laten de Vivian’s en Arthur’s van de wereld even hun eigen boontjes doppen, graag! In zijn appartement plofte Merlijn op de canapé en liet het openhaardvuur zijn lichaam verwarmen. Hij sloot zijn ogen tot spleetjes en liet de laatste stralen van de zon die hij van hieruit nog kon zien, binnenkomen. Zo was het hier in de Tor, zoals hij vond dat het moest zijn. Hoog boven alles verheven. Warm zelfs in hartje winter. Slechts door de balkondeur gescheiden van de buitenwereld. Als je wilde kon je zo... Maar dat hoefde niet...
De zon was verdwenen. Er voor in de plaats rees een zeer heldere ster richting zenit. Verbaasd kwam Merlijn overeind en liep het balkon op. Links de Avalonwijk, rechts de Kloosterbuurt, boven hem de ster die steeds meer in helderheid toenam, totdat het leek alsof de hemel werd gespleten in een linker en een rechter helft: geen voorkeur, geen gelijk.
Merlijn ademde diep de vrieskou in. De wereld om hem heen leek langzaam op te lossen. Heden en verleden vervloeiden. Hij vond zichzelf terug boven op de Tor, de heuvel die ooit de Oude en de Nieuwe tijd verbond. Van de ene zijde hoorde hij de à capelle-zang van Avalon. Als hij een stap opzij deed, verflauwde het zingen en vingen zijn oren het geluid van kloosterklokken op. Klank en weerklank, Arthur vs Vivian. Wie zou winnen? Wie zou moeten winnen? Het grootste voordeel van het jonger worden, vond Merlijn, was dat hij kon blijven genieten van de midwinterkou. Hij haalde een stoel van binnen en zocht net zo lang een plekje uit op het balkon, totdat hij in zijn ene oor Avalongezang, Stonehengecomplex en Vivian hoorde en precies even luid Kloosterklokken, Pandragon en Arthur in het andere oor. Hij sloot de ogen, ademde diep en genoot van de symfonie die in zijn hoofd werd gevormd. Als hij dat kon vast houden was weer zóveel mogelijk in 2012, hoe jong of oud je je ook voelde.
Zeer vrij naar de aloude Merlijnlegende, maar dan in ons tijdsgewricht geplaatst.
door Marcel van der Pol



